Croeselaan

Croeselaan - BrouwerijDeze week verplaatsen we ons een stukje buiten de binnenstad, en stoppen we bij de Croeselaan: een brede laan waarlangs onder andere de Jaarbeurs en de Rabobank gevestigd zijn. De naam ‘Croeselaan’ doet misschien vermoeden dat die in het rijtje van straatnamen als ‘Frederik Hendriklaan’, ‘Rooseveltlaan’, en ‘Frans Halsstraat’ past. Oftewel, een naam die verder niets met de geschiedenis van de plek te maken heeft. Maar niets is minder waar.

De eerste openbare weg die de Utrechters hier aanlegden was van water. Midden zeventiende eeuw vond burgemeester Hendrick Moreelse het nodig om de waterwegen van Utrecht uit te breiden. Daarvoor werd een grachtenstelsel gegraven ten westen van de stad, midden op het platteland, waar zich nu het Stationsgebied bevindt.

Een van die grachten noemden de Utrechters de Blekersgracht, vernoemd naar de gebleekte linnen kleding die er zo over vervoerd konden worden. Later werd de gracht ook wel Moesgracht genoemd, dat weer verwijst naar de ‘moes’ (groente; denk maar aan ‘moestuin’) die de tuinders hier konden verschepen.

Later werd de Moesgracht dichtgegooid, en kwam er een laan voor in de plaats. Het was een prachtige laan, met een dubbele rij bomen, en een strategische plek om handel te voeren. Dat had een steenbakkersfamilie in de achttiende eeuw ook in de gaten. Zij vestigden zich vlakbij de mooie laan aan de Leidse Vaart, op buitenplaats Groenendaal, niet ver van de huidige Jaarbeurs. De steenbakkerij maakte naam, want de bierbrouwerij die zich erna in het pand vestigde (1868) vernoemde het bedrijf naar de steenbakkersfamilie. En ook de laan is er later naar vernoemd. De familienaam was namelijk – je raadt het al – Croes.

Advertenties

Bemuurde Weerd

Bemuurde Weerd 1572 - UtrechtLangs de overgang van de Oudegracht naar de Vecht, net buiten de singels van de binnenstad, liggen twee straatjes: de ‘Bemuurde Weerd Oostzijde’ en de ‘Bemuurde Weerd Westzijde’. Deze straatnamen spreken op zichzelf al een beetje tot de verbeelding. Ze klinken meer als de plaatsnaam van een middeleeuws boerengehucht, dan twee straten langs een bruisende binnenstad . Wat is de oorsprong van deze straatnamen?

In de veertiende eeuw was de stad Utrecht nog grotendeels van hout. Daarnaast was niet iedere inwoner even slim of voorzichtig. Menig inwoner vergat om zijn of haar gezellig knapperende haardvuurtje te doven voordat ze hun huis verlieten. Een perfect recept dus, voor een goede, ouderwetse stadsbrand, die de halve stad weer eens in as legde. Geen wonder dan ook, dat er op een gegeven moment maatregelen werden genomen. Brandveiligheid, dat moest er komen!

Een van de maatregelen die de stad trof, was de bouw van een geheel nieuw buurtje, midden in de riviervlakte net buiten de singelgracht. Bijzonder voor die tijd, want het was het eerste buurtje dat de Utrechters buiten hun singels bouwden. De middeleeuwse nieuwbouwwijk kreeg een eigen muur, en een eigen poort. Hier konden op deze manier de brandgevaarlijke industrieën zich vestigen. Dit waren voornamelijk pottenbakkerijen, die zo, met hun vlammende ovens, buiten de singels,  veilig weg werden gehaald van de houten huisjes van binnen de singels. Nog een voordeel: áls daar dan brand was, dan was het bluswater op een paar voetstappen afstand: in de Vecht, het verlengde van de noordelijke Oudegracht.

Het buurtje kreeg de naam ‘Bemuurde Weerd’. En waar het woord ‘weerd’ dan vandaan komt? Het zou van ‘volk’ kunnen komen, een van de betekenissen van ‘weerd’. Een andere verklaring zou het woord ‘waard’ kunnen zijn, dat ‘door water omgeven land’ betekent.

Lange Viestraat

lange-viestraat-utrechtDe Lange Viestraat is een kort straatje ingeklemd tussen de Vredenburg en de Potterstraat. De straat straalt vooral grootschaligheid en moderniteit uit . Met ketenwinkels als de Bijenkorf, WE, Intertoys en MacDonalds doet niets vermoeden dat dit straatje een bijzonder lange historie in Utrecht gekend heeft, met natuurlijk een verklaring voor de straatnaam!

In de veertiende eeuw zag het er in de omgeving van de Lange Viestraat compleet anders uit. Aan de kant van de Singelgracht had je een eindeloze wilde, onbebouwde vlakte, met hier en daar wat gecultiveerde stukken land. Aan de overkant van de Oudegracht had je, te midden van kronkelende weggetjes en houten huisjes, de Neude, het belangrijkste marktplein van Utrecht. En de Neude, daar wilde je als middeleeuwse handelaar wezen.

Maar om daar te komen, moest je je door de Lange Viesteeg ploegen. Door de enorme bedrijvigheid was de steeg nauw, donker en nog gevaarlijk ook. Wat zag je als je de steeg doorliep? Kokende dampende vloeistoffen van de kopergieterijen, half geplukte kippen, een doolhof aan uithangende houten luifels, allerhande obstakels zoals biertonnen, en een rijkheid aan dronkenlappen. Het was er een smeerboel. Het verhaal gaat dat in tijden van de pest een Spaanse soldaat spontaan dood van zijn paard viel, door de onhygiënische situatie in de steeg.

En toch was deze steeg, door haar locatie, altijd een belangrijke doorgaande weg geweest, in het speciaal voor de handelaren. Ze lag namelijk tussen twee landbouwwegen die Utrecht met de omgeving verbond. En aangezien ook de veemarkt op de middeleeuwse Neude werd gehouden, moest het passeren van veehandelaren een dagelijks spektakel hebben gevormd. Niet voor niets dat de steeg, en later de straat, tot de dag vandaag hoogstwaarschijnlijk naar het ‘Vie’, oftewel vee, is vernoemd!

Niet dat je daar ook nog maar iets van terugziet in de huidige Lange Viestraat. Het enige restje vee dat je er nog vindt, is op de plofkipburger van de MacDonalds.

Zadelstraat

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe Zadelstraat: een bruisende winkelstraat, de oprijlaan naar de Domtoren, en de oudste stenen straat van Nederland (volgens de eerste vermelding in 1165). En met een mysterieuze naam. Want hoezo, Zadel?

In de middeleeuwen was het Domplein het terrein van een bisschoppelijke burcht. Met onder andere een paleis, en een tuin, zoals je vorige week misschien hebt gelezen.  Die burcht was hermetisch afgesloten van de gewone burger. Maar je moest er als geestelijke wel in- en uit kunnen. Daarvoor was de hoofdtoegang, waar nu de Servetstraat is, aan de westkant van de Domtoren.

Als je van daaruit rechtdoor loopt, kom je op de Maartensbrug, die de Utrechters vroeger de Borchbrug (‘burchtbrug’) noemden.  En in het verlengde daarvan loopt de straat die nu de Zadelstraat heet. Vroeger heette die gek genoeg de Steenweg. Als Utrechter weet je natuurlijk dat de huidige Steenweg ernaast loopt. Die laat die nou in eerste instantie weer de ‘Nieuwe Steenweg’ hebben geheten. Verwarrend. En dus bedachten de mensen in de middeleeuwen een nieuwe naam voor de oude Steenweg: de Zadelstraat.

Lange tijd dacht de gemeente van Utrecht dat de straatnaam afgeleid was van zadelmakers die zich hier vroeger hadden gevestigd, waar ze zadels voor paarden maakten. Doordat de Haverstraat parallel aan de Zadelstraat loopt, hebben ze het tussenliggende hofje zelfs Teugelhof genoemd. Helemaal in de sfeer van de paarden. Maar aan de meest waarschijnlijke verklaring gingen ze toen nog voorbij.

De straat is namelijk niet voor niets de oudste stenen weg van Nederland. Het was de oprijlaan naar de bisschoppelijke burcht. Een ontzettend belangrijke weg dus, die piekfijn in orde moest zijn. De straat ging rechtstreeks naar de zetel van de bisschop. Zetel, of, hoe ze het vroeger ook wel noemden…Zadel.

Lange Elisabethstraat

lange-elisabethstraat-utrechtJe loopt er ’s zaterdags ongemerkt doorheen. De drukste winkelstraat van Utrecht heet namelijk niet alleen de Steenweg, maar (het verlengde daarvan) ook de Lange Elisabethstraat. Hoewel de naam ‘Steenweg’ ook interessant is om te verklaren, gaan we deze week eerst maar eens in op de Lange Elisabethstraat. Achter die naam zit namelijk nogal wat drama. En het is altijd leuk om daar wat over te weten, natuurlijk.

In de zestiende eeuw bestonden wij nog niet. Althans, ons land bestond nog niet. Het huidige Nederlands grondgebied was toen ondergeschikt aan het Habsburgse Rijk, oftewel, de Spanjaarden. Die Spanjaarden waren niet zo geliefd bij de Utrechters. Ze hadden een burcht gebouwd onder het mom van ‘stadsverdediging’, maar ondertussen konden de Spanjaarden ons met hun burchtkanonnen ook goed onder de duim houden.

In de decennia die volgden werd de drang vanuit de Utrechters steeds groter om onafhankelijk van de Spanjaarden te worden. De spanningen liepen op, tot de Utrechters in de winter van 1576-1577 besloten dat het welletjes was. Ze plaatsten kanonnen op onder andere Stadskasteel Oudaen en de Buurtoren, en zetten zich schrap voor een verwoestende strijd.

En dat werd het ook. Vele gebouwen en torens raakten zwaar beschadigd. Voor één groep waren die beschietingen extra rampzalig: de weeskindjes. Hun weeshuis stond naast de Spaanse burcht, en doordat het dak van het gebouw was afgeblazen, verkleumden de kindjes van de kou.

Uiteindelijk zijn de kindjes na veel gesteggel overgebracht naar een andere plaats. De weeshuispoort is speciaal naar die plek toegebracht en staat daar nog steeds, aan de Springweg. Op de oorspronkelijke plek is niets meer terug te vinden van het gebouw. Behalve dan de naam van de straat; het gaat hier namelijk om het Sint Elisabethsgasthuis.

Wolvenburg – Straatnaam verklaard

wolvenburg-utrechtHet Wolvenplein vormt, samen met het Wolvenburg in het noordoosten van de binnenstad, een opvallend terrein. De laatste jaren is het onder andere ingericht als plaats voor werkruimten, een café (inmiddels weer gesloten) en een heuse escaperoom. Maar het heeft vroeger hele andere functies gehad. Kan uit een van die functies de straatnaam verklaard worden?

Als we een stukje in de tijd teruggaan, naar de tweede helft van de twintigste eeuw, komen we er in ieder geval achter dat het een penitentiaire inrichting was; een soort verslaafdenkliniek, waar onder meer kunstenaars Simon Vinkenoog en Herman Brood nog in opgesloten hebben gezeten.

Als we nog iets verder teruggaan, naar de tijd van de Tweede Wereldoorlog en daarvoor, blijkt Wolvenburg als gevangenis in gebruik te zijn geweest. Er zijn verzetsstrijders in gevangen gezet, later weer de Duitsers zelf, en ooit is deze gevangenis in de negentiende eeuw opgericht als tweede gevangenis van Nederland met cellen (daarvoor waren alle gevangen in groepen opgesloten). Maar er waren toen nog altijd geen wolven gesignaleerd.

Nee, voor de oorsprong van de naam gaan we nog twee eeuwen verder terug, naar de zestiende eeuw. De tijd waarin de stadsmuur (de stad was hermetisch afgesloten van de buitenwereld door muur en gracht, met uitzondering van vier stadspoorten met brug) versterking kreeg door een aantal bolwerken en verdedigingstorens. Wolvenburg zelf was zo’n bolwerk; een versterkte plek om vijanden te kunnen beschieten. Daar in de buurt waren al vier torens gebouwd: de Plompetoren, toren, de Vos, toren de Hond, en.. toren de Wolf.

Gezien de waarschuwende spreuk op de toren, dat je maar beter moest uitkijken voor de wolf, zal de naamgeving van Hond, Vos en Wolf wel symbolisch van aard zijn geweest. Geen echte wolven dus helaas, maar wel weer een stukje geschiedenis van de stad wijzer.

Meer lezen? Klik hier op de pagina van bijzondere Utrechtse straatnamen verklaard.

Drift – Straatnaam Verklaard

drift

De Drift: je kent de lange straat, tussen het Janskerkhof en de Plompetorengracht in, vast wel. De universiteitsbibliotheek is eraan gevestigd, en sinds pak ‘m beet een jaar is de straat berucht om zijn fietsenverwijderaars; de hekken langs het grachtje zijn nu eenzaam leeg. Nu zou je de straat dus ‘netjes’ en ‘hoogopgeleid’ kunnen noemen. Vroeger was dat anders.

Eind veertiende eeuw werd vanuit de Sint Janskerk besloten om meer huizen te bouwen voor hun leden. De geestelijken die verbonden waren aan de Sint Jan woonden in huisjes aan het terrein om de kerk heen, en om extra van die huizen te bouwen, moesten ze een gracht graven om het gebied te ontwateren. Op die manier zouden de nieuwe huisjes niet hopeloos wegzinken in de drassige riviergrond onder Utrecht.

Naast het ontwateringsgrachtje legden de Utrechters een weg aan. En precies die weg moet een handige doorgaande route voor boeren en veehandelaren zijn geweest. Er werd tenslotte nogal wat vee verhandeld in het laat-middeleeuwse Utrecht, zoals bijvoorbeeld op de Neude en later ook op de Vredenburg. De straat langs het gegraven grachtje noemde men daarom de Drift. Want dat betekent letterlijk ‘weg waarlangs vee gedreven wordt’.

Overigens heeft ook Lodewijk Napoleon, onze eerste koning, nog heel even aan deze straat gewoond. Zouden hij, en de geleerden die er vandaag de dag komen, geweten hebben dat ze eigenlijk langs een straat bedoeld voor varkens en koeien gevestigd zitten?

Meer lezen? Klik hier op de pagina van bijzondere Utrechtse straatnamen verklaard.

Wittevrouwenstraat – Straatnaam Verklaard

wittevrouwenstraat

De Wittevrouwenstraat is een vrij kort weggetje dat in het verlengde van de Voorstraat naar de Biltstraat loopt. Ernaast heb je ook de wijk Wittevrouwen. Hoewel ‘witte vrouwen’ modern Nederlands is, had ik vroeger geen flauw idee waar de naam vandaan kwam. Ik kreeg vroeger altijd een beeld van rondzwevende vrouwengeesten voor me, als ik over de buurt of straat hoorde. Is de verklaring echt zo eng?

Toen Utrecht rond 1122 stadsrechten kreeg, was het gebied dat nu de binnenstad is verre van volgebouwd. Er was daarom genoeg ruimte om een klooster te stichten op een landelijk stuk in het noordoostelijke deel langs de Singelgracht. Dat klooster richtten de Utrechters voor een speciale doelgroep in: het werd een levenslange opvangplaats voor ex-prostituees, gewijd aan Maria Magdalena. Dat bleek een succesvol recept om liefdadigheidsinkomsten binnen te krijgen, totdat de rijken interesse in het klooster kregen.

Stukje bij beetje kreeg de adel het er voor het zeggen; langzaamaan verdwenen de ex-prostituees, en kwamen er rijke vrijgezelle dames voor in de plaats, doordat er een hoge kostprijs aan een levenslang verblijf gevraagd ging worden. Met de verandering van de doelgroep veranderde ook de taak en functie van het klooster: de zusters gingen zich wijden aan geestelijke zorg en sloten zich aan bij de Norbertijnenorde. Daar gingen ze zich dan ook naar kleden. En laat de kleding van die orde nou helemaal wit zijn: de namen van een nieuwe buurt (vandaag de dag net buiten de singelgracht) met straten was geboren.

Geen geesten dus, maar gewoon echte, levende witte vrouwen.

Meer lezen? Klik hier op de pagina van bijzondere Utrechtse straatnamen verklaard.

Choorstraat – Straatnaam Verklaard

choorstraatDe Choorstraat: toen ik er als kind voor het eerst doorheen liep, vond ik het al een rare naam. Wie noemt zijn straat nou goor, dacht ik, terwijl ik door het straatje parallel aan de Vismarkt, haaks op de Steenweg, langs de bruidsjurkenetalage, liep. Wie wil daar in hemelsnaam wonen? Pas jaren later kwam ik erachter hoe het zat.

Het gebied van de Choorstraat was al sinds de tijd van de Romeinen een handelsplaats. Er lag een ‘vicus’, zoals de Romeinen hun handelsnederzettinkje naast hun legerkamp (het latere Domplein) noemden. Het zal geen toeval geweest zijn dat de Utrechters hier ook in de middeleeuwen hun eerste volwaardige handelswijk stichtten.

Stathe, zo noemden de middeleeuwers het eerste echte wijkje van Utrecht. Ze creëerden een centraal plein, en daaromheen bouwden ze hun houten huisjes. Midden op het plein kwam een kerk speciaal voor de burgers en de handel. Dat was de Buurkerk, die nu nog steeds met haar stompe toren een opvallend onderdeel van de Utrechtse skyline is. De kerk waar nu Museum Speelklok in zit.

Iedereen blij, totdat de handelaren gingen klagen. De Utrechters hadden de kerk door de eeuwen hen uitgebreid, en dat was ten koste gegaan van de ruimte op het handelsplein en de doorgaande wegen. En dat, terwijl de handel ook verveelvoudigd was. Uiteindelijk leidde dat tot een rigoureuze beslissing. De Utrechters sloopten de achterkant van de kerk.

Precies op die plek loopt nu een straat met een verlenging naar de Stadhuisbrug, die ze naar het gesloopte gedeelte van de kerk hebben vernoemd. De achterkant van een kerk heet namelijk een koor. En ‘choor’, dat is simpelweg een ouderwetse spelling daarvan. Zo goor blijkt het er dus niet te zijn.

Meer lezen? Klik hier op de pagina van bijzondere Utrechtse straatnamen verklaard.

’t Wed – Straatnaam Verklaard

‘t Wed; de straatnaam komt je vast wel bekend voor. Het is een gezellig en bruisend straatje dat ingeklemd is tussen de Oudegracht en de Donkere Gaard in. Onder andere de Cafés Oorlof en de Drie Vrienden zijn er gevestigd. Maar waar komt de straatnaam vandaan?

t-wed-utrecht

Laatst verscheen er een stuk op Indebuurt van Liselotte Idema over de Oudegracht en haar werven. Dat de (door mensen gegraven) Oudegracht op een constant laag niveau kwam te liggen, had vele oorzaken. Een daarvan was, dat de Utrechters het afgegraven zand en klei direct naast de gracht stortten, zodat er geen overstromingen meer plaatsvonden. Fijn voor mensen die droge voeten wilden houden, minder fijn voor de handelaren langs de werf en hun handelsgoederen. Die moesten ze namelijk opeens naar boven gaan zeulen.

Door de eeuwen heen bedachten de Utrechters drie manieren om de handelsgoederen op straatniveau te krijgen. De eerste manier was door middel van ‘zakkendragers’; als je het stuk over Smakkelaarsveld van vorige hebt gelezen weet je inmiddels wie dat zijn. Een andere manier was de stadskraan, die ter hoogte van de Winkel van Sinkel goederen naar boven takelde. Maar misschien nog wel de gemakkelijkste manier werd mogelijk gemaakt door de lange hellende tunneltjes die de Utrechters onder de straat hadden gegraven. Van drie tunneltjes in de binnenstad kan je nog steeds de plek achterhalen.

Het eerste tunneltje is onder Cafe de Poort, vanaf de Twijnstraat, te vinden. De tweede onderlangs de Winkel van Sinkel. En de derde? Die is helaas helemaal dichtgegooid. Wel leuk, is dat de straat naar de plek van het tunneltje is vernoemd. Zo’n tunneltje heette namelijk, je raadt het waarschijnlijk al, ‘t Wed.

Voor de doorvragers onder ons: ‘wed’ komt van het oudhollandse woord ‘wedde’ of ‘wad’ en betekent onder ander ‘doorwaadbare plaats’. Denk maar aan de ‘Wadden’.

Meer lezen? Klik hier op de pagina van bijzondere Utrechtse straatnamen verklaard.